Laos staat misschien niet bovenaan je lijstje als je aan backpacken in Azië denkt. En precies dát maakt het zo’n parel.
Minder drukte, meer rust. En vooral: een heleboel natuur die je nog echt voor jezelf hebt.
Waarom je nú moet gaan?
Laos zit een beetje in die tussenfase. Het wordt bekender bij reizigers, maar het voelt nog steeds rauw en ongerept.
Dus als je een land zoekt waar je niet over de toeristen struikelt en waar je nog gewoon “sabaidee” zegt tegen locals die blij zijn dat je er bent — dan moet je snel zijn.
Wat maakt Laos zo chill voor backpackers?
Laos heeft geen haast. Alles gaat er net een tandje langzamer. Soms frustrerend, maar meestal gewoon heel relaxed.
Je reist met hobbelige busjes, tuktuks en soms zelfs per boot. De Mekong is zo’n beetje de snelweg van het land. En het mooie is: onderweg zie je van alles gebeuren. Kinderen die in de rivier spelen, waterbuffels in de modder, en af en toe een monnik die voorbij glijdt in z’n oranje gewaad.
Een paar plekken die je niet mag missen? Luang Prabang is sprookjesachtig mooi. Vang Vieng is perfect als je van klimmen, kajakken of gewoon chillen met een biertje houdt. En op de 4000 Islands doe je gewoon helemaal niks — lekker in je hangmat luisteren naar de rivier. Heerlijk.
Hoe bereid je je voor?
Verwacht geen strak reisschema. Dingen lopen anders dan gepland, maar dat hoort erbij.
Zorg dat je een beetje flexibel blijft, cash op zak hebt (pinnen kan niet overal) en vooral: dat je licht inpakt. Want met al die bootjes, bussen en dirt roads wil je niet sjouwen met 25 kilo op je rug.
En oh ja: een simkaart is handig. Niet alleen voor Google Maps, maar ook om even snel op te zoeken hoe je “vegetarisch” zegt in het Laotiaans (dat is trouwens mangsao kin jay, voor het geval je ’t nodig hebt).
Wat kost het allemaal een beetje?
Laos is vriendelijk voor je portemonnee. Je kunt makkelijk rondkomen van zo’n 25 tot 35 euro per dag.
Een simpele kamer kost vaak minder dan een tientje, eten op straat is spotgoedkoop en vervoer is basic, maar betaalbaar.
Mijn tip? Eet waar de locals eten. Niet alleen omdat het goedkoper is, maar ook gewoon veel lekkerder. Zo’n bord sticky rice met gegrilde kip en een pittig sausje… daar droom ik nog steeds van.
Wat móét je doen?
Zwemmen bij watervallen, de zonsopgang zien in Nong Khiaw, een motortocht maken over het Bolaven Plateau… Het is hier niet de vraag óf je avontuur gaat beleven, maar wélke je kiest.
En vergeet vooral het ochtendritueel in Luang Prabang niet: monniken die op blote voeten voedsel ophalen in alle vroegte. Heel bijzonder om mee te maken.
Zijn er dingen om op te letten?
Zeker weten. Het verkeer is niet altijd veilig, dus pas op als je zelf op een scooter stapt. En in sommige gebieden liggen nog oude explosieven uit de oorlog — blijf dus altijd op de paden.
Verder: gebruik muggenspray met DEET, drink alleen flessenwater en neem een goede reisverzekering. Je weet maar nooit.
Waarom Laos je bijblijft
Laos is niet het makkelijkste land om doorheen te reizen. Soms is het heet, traag of even niet helemaal duidelijk wat de bedoeling is.
Maar juist dat maakt het bijzonder. Je leert loslaten, meegaan in het ritme van het land en genieten van de kleine dingen — een zonsondergang, een gesprek met een local, een uitzicht waar je stil van wordt.
Dus ja, Laos moet je niet bezoeken als je van strak geregelde trips houdt. Maar als je avontuur zoekt met een hoofdletter A? Dan is dit de plek.

